Bij arrest van 8 maart 2018 heeft de Raad van State geoordeeld dat het Koninklijk Besluit 28 oktober 2016, dat een regelgevend kader bevat voor het fabriceren en het in de handel brengen van elektronische sigaretten, in zijn huidige vorm behouden blijft.

Vaporshop.be en Dampwinkel.be, die een vernietigingsberoep hadden ingesteld tegen het koninklijk besluit, verzetten zich absoluut niet tegen een regelend kader dat “redelijk” is én “evenredig” met de stand van het wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van elektronische sigaretten. Zij betreuren wel dat de Raad van State het inconsistente en betwiste onderscheid tussen elektronische en gewone sigaretten in stand houdt. Enerzijds wordt aanvaard dat het gaat om “gelijkaardige producten”, die daarom allebei aan de strenge tabakswetgeving zijn onderworpen. Anderzijds stelt het arrest dat elektronische sigaretten “niet volledig vergelijkbaar” zijn met tabaksproducten en daarom aan nog strengere regels mogen onderworpen worden. Dit staaft des te meer de claim van de sector met betrekking op een tegenstrijdig en niet consistent beleid. Nochtans is er wetenschappelijke consensus, en werd ook door de Hoge Gezondheidsraad erkend, dat elektronische sigaretten op zijn minst minder schadelijk zijn dan gewone sigaretten en overwegend geconsumeerd worden door gewone rokers. Deze groep ziet de toegang tot een gezonder alternatief dan ook op blijvende wijze belemmerd wat resulteert in een tragere afbouw van de tabaksconsumptie bij rokers.

Daarnaast stellen Vaporshop.be en Dampwinkel.be vast dat er nog steeds niet afdoende wordt opgetreden tegen de oneerlijke concurrentie vanuit het buitenland. Hoewel de online verkoop uitdrukkelijk verboden is (en blijft), en deze regel streng wordt afgedwongen ten aanzien van Belgische ondernemingen, wordt wel nog volop vanuit het buitenland op deze wijze geïmporteerd. Het is dan ook onbegrijpelijk dat begin januari douane en Volksgezondheidsinspectie “trots” aankondigden dat enkel de elektronische sigaretten die niet aan de wettelijke voorschriften inzake informatie op de verpakking en veiligheid voldoen, worden onderschept en vernietigd, en dat zelfs de FOD Financiën betrapt werd op het (verder) verkopen van elektronische sigaretten op haar website. En dit terwijl alle online verkoop aan consumenten, zonder onderscheid, verboden is én blijft (de Raad van State erkent dit algemeen verbod overigens als “legitiem”).

Naast de dubbelzinnige argumentatie van de Belgische overheid, waarbij de elektronische sigaretten te pas en te onpas worden ingedeeld als zijnde tabaksproducten of ‘niet vergelijkbare producten’, worden de strenge regels vooral verdedigd op basis van een voorzorgsprincipe. Vaporshop.be en Dampwinkel.be vinden dit dan ook onterecht gezien de wetenschappelijke data die over de voorbije jaren werd verzameld in landen met mature markten zoals UK, waar de overheid actief gaat sensibiliseren omdat zij vaststellen dat de elektronische sigaret weldegelijk een efficiënt alternatief is in hun anti-tabaksbeleid. Het Verenigd Koninkrijk boekt dan ook verpletterende resultaten op vlak van het terugdringen van de tabaksconsumptie terwijl het huidige Belgische anti-tabaksbeleid nog steeds bedroevend slechte resultaten boekt door vast te houden aan traditionele rookstop methodes. Daarnaast tonen zij ook overduidelijk aan dat het hanteren van voorzorgsprincipes, ter bescherming van jongeren, ook absoluut niet noodzakelijk zijn daar zij in decennia geen lager aantal rokende jongeren hebben vastgesteld en dit nog steeds dalend is, desondanks vrije verkoop via internet en actieve reclame- en sensibiliseringscampagnes.

Gezien de Raad van State de grieven van Vaporshop.be en Dampwinkel.be niet heeft aanvaard, ziet de Belgische sector van elektronische sigaretten zich dus onvermijdelijk blijvend geconfronteerd met oneerlijke concurrentie op twee fronten: enerzijds ten aanzien van de gewone sigaretten, en anderzijds ten aanzien van buitenlandse spelers op de markt van elektronische sigaretten. Als laatste grief moet de Belgische sector vaststellen dat de overheid onnodig voorzorgsprincipes blijven aanhalen als argumentatie en statistische en wetenschappelijke data genegeerd worden bij het vormen van een wettelijk kader, met alle nadelige gevolgen voor de volksgezondheid daaraan verbonden.”

In bijlage kan je hier ook alvast het arrest van de Raad van State vinden.